- geschreven door Katherine Stroebe

Vanaf dat ik klein was wilde ik al een hond. Mijn hele kindertijd bestudeerde ik hondenboeken - op zoek naar het ras dat het beste bij mij zou passen. Elke keer als ik een wens mocht doen wenste ik een hond, want er was werkelijk niets op de wereld wat ik liever wilde. Helaas hield mijn vader niet van honden.

Pas 4.5 jaar geleden was het dan eindelijk zover. Ik was er van overtuigd dat er vaak genoeg mensen thuis waren om een hond goed te kunnen verzorgen.
Na een aantal jaar vrijwilligerswerk in een asiel te hebben gedaan, wist ik dat ik liever een behoeftige hond een goed thuis wilde geven.

En dus stonden we op een hete dag in een asiel wat buitenlandse honden opvangt - alleen maar om even te kijken… Het moest een lieve en slimme hond zijn met hangoren die ook sportief zou zijn. Dat hadden we zo bedacht. En dat kregen we – ook nog eens gelijk mee!

Dan sta je ineens weer thuis met een bang klein hondje van 4 maanden oud. De eerste nacht lag ik wakker - had ik wel de juiste hond meegenomen? Ik vond hem eigenlijk niet zo mooi, maar dat durfde ik in het asiel niet aan te geven - het was immers een behoeftige hond. Die zorg was gelukkig binnen een dag over en ik vind Max inmiddels geweldig mooi. Daarna heb ik de rest van de week wakker gelegen, omdat ik zo ontzettend blij was dat ik eindelijk een hond had.

Tja en toen begon het leren. Want ik wist weinig, nou ja zeg maar gerust niets, van buitenlandse honden. En van Max alleen dat hij met zusjes op een vuilnisbelt in Griekenland was geboren.
Van vuilnisbelt naar asiel, van asiel naar een stad binnen de eerste vier maanden van je leven. Dat is nogal wat. En dan nog een baasje die haar kennis over het opvoeden van pups met name uit hondenboeken had opgedaan.

Het was een groot leerproces voor ons allebei. Ik moest leren dat je niet binnen de eerste drie weken al moet willen

proberen een bus te nemen zodat de hond eraan went (staat in trainingsboeken, ik ben gelukkig niet ingestapt, want hij was zo bang), dat een hondencursus niet gelijk hoeft en dat je vooral de rust en tijd moet nemen. Dan nog heb ik veel fouten gemaakt en had ik toen graag de groep van buitenlandse hond InZicht en veel meer begeleiding gehad.

Na een zoektocht naar hulp heb ik toen Max 1.5 jaar oud was een goede gedragstherapeut gevonden die me hielp. Gelukkig maar. Want ondertussen was Max tegen dingen gaan blaffen die hij eng vond, met name mensen, later ook honden. Dat was een heel stuk verbeterd tot hij dit jaar ziek werd en ik ook het hele jaar ziek thuis zat met longcovid. Ik weet niet wat waarvan de oorzaak is, maar zoals wel vaker in mijn ervaring met Max hebben we een aantal stappen achteruit gezet en gaat het nu Max is hersteld ook weer vooruit. Tenzij ik een slechte dag heb, want hij voelt me (te) goed aan, dan is hij ook gespannen en kom ik weleens na een wandeling thuis met een ‘blij dat dat over is’ gevoel.

Max heeft dus een rugzak en een handleiding waar ik dagelijks rekening mee moet houden. Maar wat houden we van hem - en hij van ons. Elke ochtend ligt hij klaar - op zijn rug - om geknuffeld te worden. Hij is helemaal weg v

an de hele familie. Als er eentje tijdens de wandeling afzwaait is hij diep ongelukkig en is voor degene die wilde doorlopen de wandeling meestal ook afgelopen. En we hebben naast lange wandelingen maken ontdekt dat Max heel blij wordt van mantrailing (speuren, zoeken naar vermiste personen). Zo leuk om samen te doen!

En mijn vader? Die zei toen ik Max net had dat ik niet moest denken dat ik met hond op bezoek mocht komen. Inmiddels gaat Max standaard mee en is hij gek op mijn vader. En tot mijn grote verrassing en blijdschap, mijn vader ook echt op hem!

 

Eindelijk een hond

You May Also Like