Kortzichtigheid schaadt de buitenlandse herplaatshond - door Marleen van Baal

“De buitenlandse hond heeft gedragsproblemen en ondanks veel zorg en begeleiding zal hij niet kunnen wennen aan een leven in ons land".

Ray door Rob Wensveen

Woorden van deze strekking stroomden deze week de verschillende mediakanalen in. Het team van Buitenlandse Hond InZicht vindt dit een zeer ongenuanceerde en kortzichtige conclusie. Deze negatieve berichtgeving, ingegeven door gebrek aan inzicht in en kennis over de dynamiek rondom de buitenlandse herplaatshond schaadt het welzijn van deze honden enorm. Met dit artikel dagen we iedereen met een mening over ‘de buitenlandse hond’ uit om verder te kijken dan je denkt te weten.

De buitenlandse hond is hot. Zeer hot. De meningen tuimelen over elkaar heen. Van uitgesproken tegen (laat ze vooral dáár blijven) tot uitgesproken voor (ik ben intens gelukkig met mijn adoptiehond) en alles wat daartussen zit. Niet alleen eigenaren mengen zich met enthousiasme in de vele discussies, ook hondengedragsdeskundigen verkondigen graag hun mening.

Met mijn collega’s van Buitenlandse Hond InZicht kijken we van een afstand naar deze hectiek. Wij werken dag in dag uit met honden uit het buitenland en hun eigenaren, vanuit een positieve insteek om mens en dier met elkaar te laten verbinden. De uiteenlopende, veelal ongefundeerde, meningen hebben weerslag op onze klanten en ons werk. We delen in dit artikel onze visie op de ontstane commotie rondom uitspraken van Universiteit Utrecht waarin de buitenlandse hond in een negatief daglicht wordt gezet.
Laten we starten met de vraag wat of wie is “de buitenlandse hond”? Is dat elke in het buitenland geboren hond? Dus ook de met beleid gefokte rashond uit Duitsland of de VS of is dat een zwerfhond die op straat geboren is? Is het de ontheemde hond die op straat gegooid is en een zwervend bestaan leidt tot hij opgevangen wordt of de, onder erbarmelijke omstandigheden, geboren pup in één van de vele puppyschuren in Oost Europese landen? Het blijkt dat dit voor velen een vraag is waar totaal niet over na wordt gedacht, waardoor alle honden van over onze landsgrenzen hetzelfde oordeel krijgen. Dat is zeer onterecht in onze optiek.

Op 23 augustus jl. kwam Universiteit Utrecht groots in het nieuws met de mededeling dat zij “meer buitenlandse honden met gedragsproblemen zien”. In het artikel wordt gemeld dat er een grote toename is van het aantal geadopteerde honden sinds de coronacrisis en dat deze “vaak veel begeleiding” nodig hebben. Zonder te ontkennen dat er inderdaad honden uit het buitenland zijn die probleemgevend gedrag vertonen, willen we als Team Buitenlandse Hond InZicht toch een breder perspectief neerzetten vanuit ons specialisme.
Honden uit het buitenland die een nieuw thuis vinden in Nederland en België kunnen op meerdere manieren hier terecht komen. Belangrijk is direct aan het begin van dit betoog een heldere scheiding in te maken. Want waar komt de hond vandaan?

1) Er zijn honden die gefokt worden volgens erkende ras standaarden en vervolgens, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, als pup direct in de handen komen van verwachtingsvolle eigenaren die nadrukkelijk voor dit hondje hebben gekozen.
2) Er zijn pups die geboren worden in, meestal grootschalige, vermeerderbedrijven, waarbij financieel gewin het belangrijkste uitgangspunt is. Welzijn van de ouderdieren en pups laat zeer te wensen over en die hondjes worden, veelal veel te jong, verkocht aan onwetende nieuwe eigenaren.
3) Er zijn honden die door diverse oorzaken in opvangcentra en dodingsstations terecht komen. Zij worden door stichtingen, die zich hard maken voor het welzijn van de honden ter plaatse, via herplaatsing naar Nederland en België gebracht. De nieuwe eigenaren kiezen, om uiteenlopende redenen, bewust voor adoptie.
Dit zijn allen ‘buitenlandse honden’. Dit zegt direct alles over de ongenuanceerde berichtgeving in de media, de uiteenlopende meningen van eigenaren op social media en de ongefundeerde uitlatingen van gedragsdeskundigen. Zodra je jouw mening verkondigt over ‘dé buitenlandse hond’ hebt, kan je verhaal zo de prullenbak in, want over ‘welke hond’ heb je het dan?

En we zijn er nog niet. De realiteit is nog vele malen complexer dan deze onderverdeling van drie totaal verschillende groepen honden. In vogelvlucht gaan we door de dynamiek heen. Aan iedereen die meer details wil weten en echt een gefundeerde mening wil vormen: we nodigen je van harte uit met ons in gesprek te gaan.
Als we kijken naar de eerste categorie kunnen we ervan uitgaan dat de honden die hier bedoeld worden, net als in ons land gefokte honden, ‘gewoon’ gedrag vertonen. ‘Probleemgevend gedrag’ komt ook in deze categorie voor, simpelweg omdat ook hier grote verschillen zijn in de levens van alle honden.

Categorie twee is van een heel andere orde: dit zijn honden met een hele slechte start op alle fronten. Als we kijken naar honden met gedrags- en gezondheidsproblemen dan scoren de honden uit deze categorie zeer hoog. Wat zorgelijk is, rond de beeldvorming over honden uit het buitenland, is dat deze categorie over één kam wordt geschoren met honden uit de andere categorieën, waardoor er een zeer onterechte vermenging van problematieken en daarmee (voor)oordelen ontstaat.

In categorie drie zitten de honden die de grootste verbale tikken om hun oren krijgen. Een greep uit het artikel van Universiteit Utrecht “Zwerfdieren die op straat leven”, “niet gesocialiseerd op mensen”, “niet meer te veranderen”. Maar als we inzoomen op deze groep, kunnen we niet anders concluderen dan dat dit niet één groep honden is, maar een enorme diversiteit van type honden vertegenwoordigt. Alle honden in deze derde categorie kun je weer onderverdelen naar genen, achtergronden, ervaringen, leefomgeving.

Elke hond heeft een eigen genenpakket dat hem een uniek individu maakt met eigen manieren van omgaan met situaties. Is elke hond uit deze categorie een zwerfhond die generatie op generatie zijn eigen kostje bijeen heeft gezocht? Nee zeker niet! Veel honden hebben een eigenaar gehad, veel honden leven in een community en worden verzorgd, veel honden hebben jaren in een opvang geleefd. De opvangsituaties zijn overigens ook enorm divers in werkwijze, welzijn en verzorging. Dus er is niet te zeggen dat een buitenlandse hond alleen maar slechte ervaringen heeft gehad met mensen, zoals in het artikel wordt gesuggereerd. Dan nog het land van herkomst: Elk land van herkomst kun je weer onderverdelen in regio’s met eigen culturen, leefomgeving, wijze van omgaan met honden. Al deze onderverdelingen beïnvloeden de hond. En dan bedoelen we: de hond als individu.

We praten nog steeds over de buitenlandse hond; de hond met de vele gezichten. De oproep van Universiteit Utrecht om de buitenlandse hond vooral niet te adopteren maar lokale instanties ter plaatse te ondersteunen om de honden daar te verzorgen, onderschrijven we deels. Want ja, inderdaad zijn er honden die beter in hun eigen land kunnen blijven. Honden die te bang zijn voor mensen, te bang voor onbekende voorwerpen en situaties of honden die, door hoe het leven hen gevormd heeft, geen match met mensen zijn. Het zou fantastisch zijn als in de landen van herkomst professionele shelters komen voor deze honden. Dat men wordt gesteund in het opzetten van welzijnsgerichte opvang en dat men tegelijk naar een constructieve oplossing werkt om het aantal honden op diervriendelijke manier terug te dringen. Daar is alle steun zeer welkom voor.

Maar we zijn het niet eens met de oproep om niet te adopteren. Helemaal niet zelfs. Want er zijn zoveel honden die een geweldig maatje kunnen en willen zijn voor een hondenvriend in Nederland of België. Honden die pech hebben gehad in hun leven en die met geduld, liefde en aandacht heel goed kunnen wennen in een thuis in een vreemd land. Nee zeggen tegen adoptie is nee zeggen tegen heel veel leuke lieve honden waar mensen heel graag voor willen zorgen. Het is ook nee zeggen tegen levensgeluk van honden die het in ons land vele malen beter zullen hebben dan in hun land van herkomst.

Dat er met grote realiteitszin gekeken moet worden naar ‘adoptie geschiktheid’ is wat ons betreft een must. De hond en zijn gedrag en zeker ook zijn aanpassingsvermogen dienen de basis te zijn bij het wel of niet aanbieden voor adoptie. Ook het beoordelen of hond en nieuwe eigenaar goed matchen is een kunst apart, waar vaak te makkelijk over gedacht wordt. In het adoptieproces is zeker nog een wereld te winnen in het professionaliseren van de betrokken stichtingen, waarbij niet emotie maar ratio en gezond verstand de keuzes zouden moeten bepalen. Goede selectie aan de basis, adequate begeleiding in het adoptieproces en een deskundige back up vanuit de herplaatsende stichting zijn pijlers waarmee een buitenlandse hond zich probleemloos kan vestigen in ons land.

In onze praktijk zien we vooral eigenaren die met heel veel liefde gekozen hebben voor hun hond uit het buitenland. Men neemt de tijd om hun ‘buitenlander’ te laten acclimatiseren, leggen de lat comfortabel laag en genieten vooral van het samenleven met een hond die een mooi leven zo gegund is. Daar waar er, voor de eigenaar, onoplosbaar probleemgevend gedrag ontstaat, is vaak de impulsieve aanschaf en/of de onprofessionele selectie de oorzaak. Men heeft te hoge verwachtingen, had zich niet goed laten informeren en veelal is er ook een gebrek aan zelfreflectie waardoor men, pas nadat de hond er is, zich realiseert dat er sprake is van een mismatch. Naast een professionele rol van de herplaatsende stichtingen is goede voorlichting en informatie aan toekomstige eigenaren noodzakelijk om mismatches en daarmee een hoop stress en verdriet te voorkomen.

Gelukkig staat er een veelvoud van succesmatches tegenover. In onze Facebookledengroep “Ik heb een buitenlandse hond” zijn ruim 3000 leden die gelukkig samenleven met hun hond of honden uit het buitenland. Kijk op Facebook in groepen van stichtingen die adopties begeleiden en je kunt volop genieten van de vele mooie verhalen.

We realiseren ons goed dat gedragsdeskundigen alleen geconfronteerd worden met de problemen en vaak ook als het eigenlijk al helemaal uit de hand gelopen is, maar dat mag niet de reden zijn om zich vervolgens ronduit negatief uit te laten over ‘de buitenlandse hond’ in het algemeen.

We stellen de vraag nog een keer: Wie of wat is ‘de buitenlandse hond’? Er is maar één antwoord mogelijk: ‘de buitenlandse hond’ bestaat niet. Door alle hiervoor genoemde honden over één kam te scheren, ga je compleet voorbij aan de complexiteit van de dynamiek rondom de hond uit het buitenland. Elke hond die over de landsgrens geboren is, heeft een eigen verhaal.

Door dit gegeven niet mee te nemen in het vormen van je mening doe je elke hond te kort. Voor deskundigen, en dan bedoel ik iedereen die zich ‘dierdeskundig’ noemt, geldt dit nog sterker; zij zijn degenen die beter moeten weten, zij zouden juist naar het totaalplaatje moeten kijken. Maar als deskundigen niet de moeite nemen verder te kijken dan wat ze aantreffen in hun praktijk en daarop hun oordeel baseren, schaden zij de hond uit het buitenland. Zowel de individuele hond die zij niet maximaal op maat kunnen begeleiden door hun vooroordelen en aannames, als alle honden die het predicaat ‘buitenlandse hond’ krijgen en daarmee bij voorbaat al het stempel ‘onmogelijk’ opgedrukt krijgen.

Kortzichtigheid tast het welzijn van honden uit het buitenland maximaal aan. We nodigen iedereen, die werkt met buitenlandse herplaatshonden, uit voor een gesprek. Laten we samen kijken naar enerzijds het totaalplaatje en anderzijds de individuele hond. De hond kan er niets aan doen dat hij er is. Het is aan ons om hem met inzicht, een open mind en respect te begeleiden op een manier die bij hem past.

Marleen van Baal, Hond InZicht

In samenwerking met Team Buitenlandse Hond InZicht
Suze Steenbergen, Buitenlandse Hond InZicht
Michel Berendsen, Zwerfhondenschool
Ingrid Timmermans, Ingrid Timmermans, begeleiding baas en hond
Alain Peeters, De Hondenprofessor
Sharon van Wijngaarden, Villa Hondenkaravaan
Kirsten van Gaalen – Jeelof, Hondencoaching Be There

 

Kortzichtigheid schaadt de buitenlandse herplaatshond

You May Also Like